‘Nooit stilzitten in je hoofd!’

Op het eerste gezicht lijkt het alsof Puck Rietveld nooit stilstaat. Ze schildert, tekent, fotografeert, schrijft. En als de inspiratie bij het ene even opdroogt, verschuift ze moeiteloos naar het volgende. Niet uit onrust, maar uit nieuwsgierigheid.

Deel dit artikel:

Voor haar is kunst geen discipline, maar een manier van kijken naar de wereld. In haar recente werk richt die blik zich steeds vaker naar binnen. Naar het lichaam. Vaak haar eigen lichaam. Zelfportretten zonder gezicht, lichamen die langzaam ontstaan uit lagen olieverf. Niet als statement, maar als onderzoek. Naar vorm, naar aanwezigheid, naar acceptatie. “Als je uren naar je eigen lichaam kijkt om het te schilderen,” zegt ze, “verandert er iets in hoe je ernaar kijkt.”
Voor the.talents spreken we met de jonge Rotterdamse kunstenaar over opgroeien tussen creativiteit, het maken zonder plan en waarom kunst voor haar vooral een manier is om nooit stil te hoeven staan.

“Wie en wat ben je?”

Het is een eenvoudige vraag, maar Puck Rietveld moet er even over nadenken. Niet omdat ze het antwoord niet weet, maar omdat één woord eigenlijk nooit genoeg is.

“Ik vind dat altijd zo lastig om te zeggen,” zegt ze. “Omdat ik zoveel verschillende dingen doe. Op dit moment schilder ik heel veel, maar ik ben ook illustrator, fotograaf en schrijver. Dus als iemand vraagt wat ik ben, zeg ik meestal: kunstenaar. Maar daar hoort eigenlijk nog veel meer bij.”

Het typeert haar manier van werken. Puck beweegt zich moeiteloos tussen disciplines. Niet omdat ze niet kan kiezen, maar omdat elke vorm van maken een andere deur opent. “Het fijne is dat als de inspiratie bij het ene even wegvalt, ik gewoon naar iets anders kan overstappen. Als schilderen niet lukt, ga ik schrijven. Als schrijven niet lukt, ga ik fotograferen. Zo hoef ik nooit stil te zitten. Voor veel makers bestaat het gevaar van een writer’s block of een creatieve leegte. Voor mij niet. Ik heb altijd iets om op terug te vallen. En dat geeft heel veel vrijheid.”

De route zonder diploma

Wie haar cv bekijkt, ziet dat ze al veel heeft gedaan. Toch voelt het voor haarzelf nooit zo groot. “Ik ben daar niet zo goed in,” zegt ze eerlijk. “Niet per se bescheiden, maar het voelt voor mij nooit alsof het genoeg is. Als iemand zegt: wat je doet is echt vet, dan denk ik meteen: ja, maar het kan altijd beter.”

Ze begon ooit op de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, waar ze twee jaar de opleiding Docent Beeldende Vorming volgde. Maar een carrière als docent bleek niet haar pad.

“Daarna heb ik nog een opleiding Nederlands geprobeerd. Maar dat was ook weer een docentopleiding. En toen dacht ik: wacht even… ik wil helemaal geen docent worden.” De academie voelde voor haar ook niet als de plek waar ze moest zijn.

“Ik had niet echt de behoefte om over te stappen naar de vrije kunst richting daar. Ik voelde gewoon dat ik liever mijn eigen ding wilde doen.” En dus ging ze dat doen.

Social media als springplank

Voor veel jonge kunstenaars is het lastig om zichtbaar te worden. Galeries, netwerken en instituten spelen vaak een grote rol. Voor Puck liep het anders.

“Ik denk dat ik een beetje geluk heb gehad met het moment waarop ik begon met social media,” vertelt ze. “In de tijd dat Instagram net opkwam, was het nog echt een plek voor mensen die foto’s maakten en creatief bezig waren.” Daar begon ze langzaam een publiek op te bouwen.

“Ik had nooit het gevoel dat ik per se een diploma nodig had om serieus genomen te worden. Het groeide gewoon. Langzaam, maar wel gestaag.”

Toch merkt ze dat het landschap verandert.

“Instagram verschuift steeds meer richting video. En dat is eigenlijk het enige waar ik niet zoveel mee heb. Je gaat mij echt niet constant voor de camera zien hangen.”

Daarnaast speelt er nog iets.

“Ik maak vaak naakte vrouwen. Dat maakt het natuurlijk ook allemaal niet zo makkelijk.”

Daardoor is ze op zoek gegaan naar andere plekken online. Eén daarvan is Substack. “Dat voelt een beetje als een oud internet. Geen advertenties, geen algoritmes die alles bepalen. Gewoon schrijven en beelden delen.”

Opgegroeid tussen creativiteit

Creativiteit zat er bij Puck al vroeg in. Ze groeide op in een omgeving waarin kunst, beeld en ideeën vanzelfsprekend waren. “Ik denk dat het voor mij nooit iets raars is geweest,” zegt ze. “Omdat het altijd om me heen was.”

Haar ouders zijn allebei creatief (beiden zeer gevierde kappers). Musea bezoeken, kijken naar kunst, praten over beelden — het hoorde bij het dagelijks leven.

“Als je niet anders kent, voelt het gewoon normaal. Er waren genoeg mensen die dachten: wat is dat voor leven? Maar voor mij voelde het altijd natuurlijk.”

Het lichaam als onderwerp

In haar recente werk staat het lichaam centraal. Vaak haar eigen lichaam.

“Ik maak veel zelfportretten,” vertelt ze. “Maar vaak zonder gezicht. Meer lichamen. Als je je eigen lichaam gebruikt als referentie, heb je altijd een model bij de hand. Maar gaandeweg kreeg het een diepere betekenis. Ik kijk uren naar foto’s van mezelf om te schilderen. En als je dat zo lang doet, verandert je blik. Je leert je eigen lichaam anders bekijken. Wat eerst kritisch voelde, wordt langzamerhand zachter. Het wordt bijna een vorm van acceptatie. Je kijkt er niet meer naar zoals je normaal in de spiegel kijkt. Het wordt een beeld, een vorm, iets moois.”

Sinds ongeveer een half jaar werkt Puck intensief met olieverf. En dat veranderde haar manier van werken.

“Vroeger was ik veel meer bezig met ideeën,” zegt ze. “Ik bedacht gekke figuren, fantasiewerelden, allerlei concepten. Nu is het bijna het tegenovergestelde. Ik schilder realistisch. Gewoon een foto naschilderen. Niet omdat het makkelijker is — maar omdat het mij in een andere staat brengt. Het schilderen zelf wordt dan een soort meditatie. Je zit urenlang geconcentreerd te werken. Je denkt niet meer na over het idee, alleen over het maken. Het proces wordt belangrijker dan het concept. Dat fysieke van schilderen vind ik nu heel interessant.”

De eindeloze stroom van doodles

Naast schilderen blijft ze ook tekenen. Vooral doodles.

“Ik doe dat eigenlijk compulsief,” zegt ze lachend. “Als ik met iemand aan het bellen ben, kan ik zomaar veertig kleine tekeningetjes maken. Het gebeurt bijna automatisch. Ik denk er niet eens over na. Mijn hand doet het gewoon.”

Die spontane tekeningen vormen een ander soort energie dan haar schilderijen.

“Het is gewoon maken. Zonder nadenken.”

Omdat haar werk vaak naakte lichamen toont, botst ze soms met de regels van social media. “In Europa zijn we daar veel relaxter in. Als je oude films of kunst kijkt, is het helemaal niet zo’n groot ding. Toch begrijpt ik dat platforms grenzen moeten stellen. Ik snap dat je geen porno op Instagram wilt. Dat lijkt me logisch. Maar wanneer het om schilderijen of tekeningen gaat, vind ik het minder begrijpelijk. Dan denk ik: kom op, dit is gewoon kunst.” Gelukkig krijgt ze zelden negatieve reacties.

“Heel af en toe iemand die iets doms zegt. Maar dat is zeldzaam. Volgens mij zijn mensen het inmiddels wel van mij gewend.”

Ambitie, maar zonder haast

Heeft ze de ambitie om internationaal door te breken? Ze glimlacht. “Ja, natuurlijk. Dat is wel een droom. Maar tegelijk voel ik weinig drang om het te forceren. Het is zo’n droom waarvan je denkt: dat zal wel niet gebeuren. Dus ik denk er niet te veel over na.”

Wat haar soms lastig lijkt, is het navigeren van de traditionele kunstwereld.

“Met galeries en exposities. Dat is een wereld die ik nog niet zo goed ken.”

Tot nu toe ging veel vanzelf via internet.

“En dan voelt het ineens spannend.”

Het verlangen om vast te leggen

Hoewel ze weinig waarde hecht aan online aandacht, heeft ze wel een sterke drang om dingen vast te leggen. “Ik ben geobsedeerd door vastleggen,” zegt ze. Niet voor likes. “Als niemand het ooit zou zien, zou ik het nog steeds doen.” Ze fotografeert alles: kleuren, momenten, details. “Het gaat niet om laten zien wat ik doe. Het gaat erom dat ik het wil bewaren.” Al die beelden bewaart ze zorgvuldig.

“Ik heb harde schijven vol mappen. Van jaren en jaren.”

Soms gebruikt ze ze later weer als inspiratie voor tekeningen of schilderijen.

De toekomst van Puck Rietveld

Waar hoopt ze ooit te staan?

Ze denkt even na.

“Ik hoop vooral dat ik nooit een burn-out krijg van kunst maken.”

Voor haar ligt de grootste angst niet in falen, maar in het verliezen van plezier.

“Als kunst mijn inkomen wordt, merk ik soms dat het meteen minder leuk wordt. Daarom formuleer ik mijn wens voorzichtig. Ik hoop dat ik ervan kan leven. Maar nog meer hoop ik dat het altijd leuk blijft. Daarnaast is er nog een andere droom. Ik wil ooit een boek schrijven.”

Ze schrijft al jaren proza en poëzie en volgde een talententraject bij het Rotterdamse Veerhuis. “Dat was een jaar lang coaching en ondersteuning voor jonge schrijvers en er kwamen zelfs al kansen uit voort. Maar sommige heb ik afgeslagen. Omdat ik voelde dat ik er nog niet klaar voor was.” Op dit moment werkt Puck aan een nieuwe serie schilderijen in olieverf. “Daar wil ik echt iets mee doen,” zegt ze. Voor het eerst denkt ze serieus na over een eigen tentoonstelling. “Voorheen waren het vooral illustratieopdrachten of samenwerkingen. Maar nu wil ik ook gewoon mijn eigen werk laten zien. Misschien nog geen grote solo-expositie. Maar wel een ruimte waar mijn werk gewoon aan de muur hangt.”

Ze lacht.

“En dan zien we wel wat er gebeurt.”

@puck_rietveld