‘Ze mogen alles van mij weten. Ik ben toch beter! Die arrogantie heb ik.’
‘Je moet altijd je best doen voor het leven.’
‘Gedurende je leven moet je je ambities bijstellen. Je wordt ouder, er gebeurt iets of in mijn geval, je wordt ouder en ziek. Ach… ik sta op de lijst voor een longtransplantatie en het is afwachten, maar ik weet dat er geen andere uitweg is. Je hebt een keuze: of je onderneemt actie of niet. Vroeger zou ik gedacht hebben: het leven kan kort of lang duren. Maar ik moet die kans grijpen. Je moet altijd je best doen voor het leven. Ik vind dat ik een platina leven heb. Mijn carrière kan niet groter! Ouder worden moet je omarmen. Het is een mindset. Hoe sta jij in het leven?’
Met deze woorden is de toon gezet. Tegenover ons zit een ware legende: Erwin Olaf (64), een van Nederlands bekendste fotografen. Zijn cv is langer dan het volkslied, hij heeft ongemerkt grenzen en taboes doorbroken met zijn beelden en meer dan 500 werken zijn nu in bezit van Het Rijksmuseum. Wij spraken met hem over het leven, zijn liefde voor fotografie en oog voor detail, en het doorgeven van liefde voor het vak. We werden spontaan verliefd op deze goedlachse man met de stralende blauwe ogen. En wij denken dat jullie, na het lezen van dit interview, ook verliefd worden.
Dank je wel, Erwin.
‘Er is veel veranderd. Toen ik jong was hadden we nog maar drie miljard mensen op aarde. Nu zijn dat er acht miljard. In 40 jaar tijd! De wereld is groot en dynamisch geworden, maar je moet het wel zelf maken. En natuurlijk heb je af en toe een duwtje nodig of een helpende hand. Qua werk ben ik aan het einde van een cyclus. Ik heb een paar hele mooie tentoonstellingen gedaan. In München – 2021 – heb ik een serie gemaakt genaamd Im Wald. Dat was buiten op locatie en geïnspireerd op negentiende-eeuwse schilderkunst. Vorig jaar heb ik samen met Hans van Maanen (fotograaf/choreograaf) Dancing Close gemaakt. Hij was mijn ‘helpende hand’ in 1981 en heeft mij geleerd hoe je in een studio met een Hasselblatt fotografeert. Inmiddels is hij negentig en samen zijn we weer teruggegaan naar die techniek. Na deze opdracht was ik wel even klaar en was het cirkeltje rond. Het heeft ook te maken met mijn gezondheid en het feit dat ik even niets te vertellen had. Nu begint het langzaam weer te borrelen. We zullen het meemaken (en hij lacht heel hard).’
Wat is voor jou de definitie van talent en hoe herken je dat?
‘Hmmm… dat is een interessante vraag. Talent is een combinatie van verschillende factoren. Ten eerste moet je iets kunnen wat net even anders is dan wat iedereen kan. Het mag ook weer niet te ver van de norm afwijken. Het moet niet 180 graden anders zijn. Daarnaast moet je aanzienlijk doorzettingsvermogen hebben, geloof in jezelf, een boekhouder zijn – want je moet wel op je financiën letten – en uithoudingsvermogen hebben. Ik herken dat aan de ogen van iemand en de manier van praten. Ik beperk me in dit gesprek tot het vak fotografie: de eerste foto’s die je maakt in je leven zijn meestal goed. Fantastisch! Dat had ik met een stagiaire, Levi van Veluw, een goede kunstenaar. Zijn eerste drie foto’s heb ik gelijk gekocht. Hij was de beste student en had een geweldige stagebrief geschreven. Ik dacht: Jezus, dat is een goede, die moet ik hebben. Gewoon, direct, hard werken. Iemand met de talentkenmerken.’
‘Zelf ben ik een ‘slow starter’ en heb ik best wat fouten gemaakt, maar ik was een burgerlijk type. Dat scheelde voor die tijd. Toen de Roxy helemaal losging en tot een uur of vijf doorging, was ik me er altijd van bewust dat ik de volgende dag om 11:00 uur op de set van Nieuwe Revue moest staan. Ik droeg die verantwoordelijkheid wel. En boekhouden. Ja, dat klinkt natuurlijk heel saai. Het is simpel. Ik mag dan wel geweldige ideeën hebben, maar die moeten wel kloppen met je financiële mogelijkheden. En zeker voor geënsceneerde fotografie. We werkten toen nog met film. Bedenk maar eens: je moest de rollen betalen, de polaroids maken, het laten ontwikkelen, apparatuur huren. Dat waren aanzienlijke kosten. Een goed voorbeeld aan de hand van een bekende foto van mij uit 1985: de jongen met de fles champagne tussen zijn benen. Daar hing een grote kostenberekening aan vast. Hoe kon ik dit idee op de meest slimme manier realiseren? Niet in 1985, want ik had geen geld. Ik was op een verjaardag van een vriendin en haar koelkast zat vol met champagneflessen van een gulden. Ik had nog vijfentwintig gulden, dus ik dacht dat ik ze best kon kopen. Het idee kreeg nog meer kracht toen er tijdens dat feestje flink geschud werd met de flessen. Bam! Weer een kruk eraf. Zo is het idee ontstaan. Uiteindelijk heb ik zestien flessen gebruikt voor deze shoot. Twee dagen shooten waarvan één shoot volledig mislukte, want ik liet die jongen van zich af spuiten en dat leek op plassen. Maar ik wilde juist dat hij de suggestie wekte dat hij klaarkwam. Het model was top. Sommige mensen kunnen op commando lachen, hij kon op commando geil kijken. Uiteindelijk is het een geweldige foto geworden, maar ik kon dit soort dingen alleen doen als ik een beetje op mijn geld lette.’
De huidige technologie en de drang naar alles “snel willen”, vormt dat geen bedreiging voor ambachtelijke fotografie?
‘Het is een rampzalige tijd voor jong talent. De fotografie van de afgelopen twintig jaar is door de technologische ontwikkelingen in een stroomversnelling terechtgekomen. Aan de andere kant zie je fotografie-opleidingen als paddenstoelen uit de grond schieten. Hoe kunnen die mensen nog werk vinden? Waar is de liefde voor het vak gebleven? Ik werk met stagiaires en ik zie die worsteling bij hen. Toen ik de kans kreeg om fotograaf te worden, waren de budgetten enorm ruim. Maar daarnaast had je tijdschriften waarin je werk werd gepubliceerd. Ik fotografeerde voor Nieuwe Revue en Vrij Nederland. Dat waren publicaties van twaalf pagina’s! Waar zie je dat nog? We kregen 450 gulden per pagina met de opdracht “maak maar wat”. We reisden de hele wereld af voor de mooiste foto’s. De oplage was 120.000. Tegenwoordig vragen fotografen een minimaal bedrag in de hoop dat ze voor lange tijd kunnen blijven werken. In mijn tijd mocht je een fout maken en kreeg je gewoon de volgende maand weer een opdracht. Ja, dat gebeurt niet meer. Eén misstap en ze gaan naar de volgende.’
Iedereen is fotograaf en content creator.
‘Ja, dat heeft zowel zijn voordelen als nadelen. De camera’s op onze mobiel zijn geweldig. Je kunt waanzinnige foto’s maken. De discussie voor mijzelf is: waarom? Mijn theorie is dat er zeker een miljoen foto’s per dag gemaakt worden. Dus krijgen we de discussie: wat is mooi? En moeten dingen mooi zijn? Wat is de betekenis van de foto? Waarom die persoon? Waarom die foto? Het enige wat ik mijn stagiaires kan vertellen, is: hou het dichtbij jezelf. Wie ben jij? Wat wil je uitdrukken? Voor mijzelf geldt dat ook. Ik maak alleen nog maar vrij werk en sluit mij voor een groot deel af van social media. In 2012 heb ik Facebook verwijderd, omdat ik een journalist in zijn bek had gespuugd en toen kreeg ik zo veel gedoe over me heen. We hebben het dan over 11 jaar geleden. Laat staan als dat nu zou gebeuren. Dus ik laat me niet beïnvloeden door wat er in die digitale wereld gebeurt. Als ik nu werk zou uitbrengen dat ik toen maakte, zou ik gecanceld worden. Aan de ene kant is de emancipatie toegenomen, maar aan de andere kant worden we ook conservatiever. We worden meer ‘bespied’. Dat heeft ook te maken met ouder worden. Het leven gaat in golven: actie, reactie. In 1977 ging ik op kamers en in die tijd liep iedereen door elkaar: verschillende religies, afkomst, seksuele geaardheden. Ik heb tot mijn 48ste niet eens gezien dat mijn vrienden verschillende huidskleuren hadden. Dat geeft wel aan hoe de tijd is veranderd en hoe scherp alles nu is. Is dat goed? Of is dat slecht? Het is de tijdsgeest.’
‘Als we dat ‘bespieden’ nu terugkoppelen naar mijn werk, begrijp ik dat je zegt dat dit een vorm van bespieden is, zij het in een kunstvorm. Ik probeer naar de wereld te kijken. Choqueren ben ik nooit op uit geweest. Ik geef vorm aan wat ik denk. En als je denkt, hoef je geen rekening te houden met de rest van de wereld, dat gaat niet. Je werk maak je in principe voor drie vrienden. Dan blijft jouw werk oprecht. Anders ga je dingen maken voor anderen. Mijn werk is het uitbeelden van een emotie. Het maken van een beeld is een proces. Want mijn gevoel kan bij het beginpunt A liggen, maar het eindresultaat kan iets heel anders zijn. Zo was het met mijn serie Keyhole. Dat was een dure productie! Maar uiteindelijk ben ik teruggegaan naar de essentie.’
‘Mijn grootste inspiratiebron is op een terras aan de Westermarkt zitten. Dat heb ik de afgelopen twintig jaar gedaan. Hier komt de hele wereld voorbij en daar zijn de meeste ideeën geboren, zoals de choreografie van het lichaam. Hoe staat je gezicht als je boos bent? Wat is de afstand tussen je voeten? Wat is de afstand tussen man en vrouw als ze verliefd zijn of elkaar net hebben leren kennen? Allemaal essentiële details. Ik denk dat je binnen mijn werk een scheidslijn kunt trekken. Vanaf het begin van de jaren tachtig tot ongeveer 2002 was ik aan het zenden. Heel agressief. Opgegroeid in de redactionele fotografie, posters en films. Werk waarmee je zendt: kom naar mijn voorstelling, lees mijn artikel. Op een gegeven moment implodeerde dat en heb ik een serie gemaakt genaamd Separation. Dat was gebaseerd op een waarneming tijdens een fetisjfeest van het COC. Rubber is een zeer interessant materiaal. Het is sexy, superdun, maar de afstand is extreem groot. Fetisj is sowieso interessant.’
Assistenten en stagiaires
‘Ik ben een senior, een oude kunstenaar die probeert over te dragen, wachtend op een nieuw hoofdstuk. Mijn stagiaires en assistenten vind ik superinteressant. Mijn vaste assistent Pjotr is enorm getalenteerd. Met mijn vorige assistent Wouter van Gens vind ik het leuk om te sparren. Dat gaan we binnenkort weer doen.
Als je hier werkt, zal ik alles met je delen. Ze mogen alles van mij weten. Ik ben toch beter! Die arrogantie heb ik. Jouw kennis overdragen aan een ander is ontzettend leuk. Het moet wel geleidelijk gebeuren, want ik zie mezelf niet voor een klas staan, maar zoals hier in de studio. Je hoopt dat datgene wat je overbrengt, voortgezet wordt. Het zou zonde zijn als die kennis alleen bij mij blijft. Het is naast al mijn werk iets wat ik nalaat.
Het is eigenlijk heel simpel. Ik heb iets in mijn leven gevonden wat ik leuk vind en waar ik goed in ben. En dat heeft te maken met de loop van je leven. Er moet iemand langskomen en zeggen: ga door met wat je nu doet. Meestal is dat een docent of een leraar. In mijn geval was dat mijn eerste vriend. Hij was tien jaar ouder en ik was net afgestudeerd aan de school voor journalistiek, werkeloos en ik fotografeerde een beetje als vrijwilliger bij het COC. Op een feestje vroeg iemand wat voor werk ik deed. Ik zei dat ik werkeloos was. En toen zei mijn vriend: Nee, jij bent fotograaf! De persoon die de vraag stelde kende een fotograaf die op zoek was naar een assistent. Daar heb ik praktisch het vak geleerd en uiteindelijk bij Hans van Maanen terechtgekomen. Cirkeltje rond.
Wat ik daarmee wil zeggen is dat we allemaal iemand nodig hebben die dat ene zetje geeft. Voor anderen ben ik dat geweest. Mooi toch!’